Wat maakt ons gelukkig?
Iedereen wil gelukkig zijn. Het is een van de belangrijkste doelen waar we in de westerse wereld naar streven. Ook andere ambities — zoals beroemdheid, rijkdom en status — zijn vaak slechts middelen om uiteindelijk hetzelfde hoofddoel te bereiken: gelukkig zijn.
De meeste mensen in de westerse wereld hebben hun basisbehoeften op orde. We beschikken over voldoende voedsel, schoon drinkwater, een dak boven ons hoofd en sociale contacten. Je zou verwachten dat hiermee de ideale omstandigheden zijn gecreëerd om gelukkig te zijn. Toch is dat duidelijk niet het geval. Veel mensen zijn niet gelukkig, en degenen die dat wel zijn, zijn het zeker niet altijd.
Waarom is dat zo?
Evolutie geeft niet om jouw geluk
Kort gezegd: evolutie is niet ontworpen om jou gelukkig te maken. Sterker nog, er bestaat evolutionaire druk om níét volledig tevreden te zijn. Gelukkige mensen zijn namelijk sneller content met hoe de dingen zijn en voelen minder noodzaak om in actie te komen. Ontevredenheid daarentegen zet aan tot verandering. Die verandering leidde er in onze evolutionaire geschiedenis toe dat we meer middelen verzamelden, nieuwe kansen creëerden en vaker voortplantten — met als gevolg dat juist deze ‘ontevreden’ genen werden doorgegeven.
Dit proces heeft ertoe geleid dat ons geluksniveau steeds terugkeert naar een soort basislijn, ook wel de geluksbaseline genoemd. Gebeurt er iets positiefs in ons leven, dan voelen we ons tijdelijk gelukkiger, maar na verloop van tijd wennen we aan de nieuwe situatie en zakken we weer terug naar ons oorspronkelijke niveau.
Dit zie je bijvoorbeeld bij mensen die de loterij winnen. Zij ervaren vaak een enorme gelukspiek, maar na een jaar of twee is hun geluksniveau meestal weer terug op het oude niveau. Hetzelfde geldt — opvallend genoeg — voor mensen die een ernstig ongeluk krijgen en in een rolstoel belanden. Ook zij ervaren aanvankelijk veel ongeluk, maar keren na verloop van tijd vaak terug naar hun persoonlijke baseline.
De eindeloze jacht naar ‘meer’
Onze evolutionaire drive zorgt ervoor dat we geluk blijven najagen via de volgende salarisverhoging, een grotere woning, een nieuwe relatie of een duurdere auto. We zijn ervan overtuigd dat we, zodra we dit doel bereiken, eindelijk gelukkig zullen zijn. En dat klopt… voor even. Maar al snel vervaagt dat gevoel en verschuift de focus naar het volgende doel.
Zijn we dan gedoemd om ons leven lang achter doelen aan te rennen, als een ezel die een wortel achterna loopt, zonder dat ons geluksniveau wezenlijk verandert?
Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst kijken naar wat geluk eigenlijk betekent.
Twee vormen van geluk
Geluk kan grofweg op twee manieren worden benaderd:
Hedonisch geluk
Dit gaat over het ervaren van plezier, genot en comfort, en het vermijden van pijn. De nadruk ligt op je goed voelen in het moment.
Eudaimonisch geluk
Dit draait om zingeving, persoonlijke groei en het realiseren van je potentieel. De nadruk ligt op het leiden van een betekenisvol leven.
In de westerse wereld definiëren we geluk vaak vooral op de hedonische manier. In veel Aziatische culturen ligt de nadruk juist meer op eudaimonisch geluk. In onze samenleving streven we dan ook vooral dingen na die hedonisch geluk opleveren: geld, bezit, status, maar ook lekker eten, Netflix, eindeloos scrollen op social media, alcohol en drugs.
Het probleem met hedonisch geluk
Het grote probleem met het nastreven van hedonisch geluk is dat het vaak ten koste gaat van eudaimonisch geluk. En juist dat eudaimonische geluk zorgt voor een diepere, stabielere tevredenheid die invloed heeft op je geluksbaseline.
Eudaimonisch geluk vraagt namelijk vaak om offers op de korte termijn: moeite doen, ongemak verdragen en verantwoordelijkheid nemen. Dat staat haaks op het pijnvermijdende karakter van hedonisch geluk.
Onze moderne samenleving biedt ons voortdurend snelle manieren om ons beter te voelen. Denk aan dopamine- en serotoninepieken via eten, schermgebruik of middelen. Deze tijdelijke ‘boosts’ halen de urgentie weg om te werken aan langetermijndoelen die zorgen voor zingeving en betekenis.
Daar komt bij dat deze neurotransmitters (dopamine en serotonine) een negatief feedbackmechanisme hebben: hoe vaker en heviger je ze kunstmatig activeert, hoe lager je baseline uiteindelijk kan worden. Met andere woorden: hoe meer je jaagt op snelle beloningen, hoe minder voldoening je op de lange termijn ervaart.
Zingeving wordt steeds lastiger
Terwijl de mogelijkheden voor hedonisch geluk toenemen, wordt het nastreven van eudaimonisch geluk steeds uitdagender. Vroeger leefden we in kleine gemeenschappen, waarin onze rol duidelijk en zichtbaar was. De bakker die het hele dorp van brood voorziet, zag direct het nut en de waardering van zijn werk.
Vandaag de dag hebben veel mensen een kantoorbaan waarbij de bijdrage aan de samenleving abstract en moeilijk tastbaar is. Religie speelt een steeds kleinere rol, we beginnen later met het stichten van een gezin en steeds meer mensen kiezen ervoor om helemaal geen kinderen te krijgen. Dat alles maakt het vinden van zingeving complexer.
Balans is de sleutel
Dit betekent niet dat we alle vormen van hedonisch geluk moeten vermijden of massaal kinderen moeten krijgen — integendeel. Voor sommige mensen moedig ik een kinderloos bestaan zelfs aan. Wat wél belangrijk is, is een gezonde balans tussen hedonisch en eudaimonisch geluk. En voor veel mensen is die balans momenteel zoek.
In mijn leven als professioneel pokerspeler miste ik een diepere vorm van zingeving. Als leefstijlcoach ervaar ik die nu veel sterker, doordat ik mensen help om gezonder en gelukkiger (spoiler) te leven. Dat draagt bij aan een hogere geluksbaseline.
Wat beïnvloedt je geluksbaseline?
Er zijn factoren waar je weinig tot geen controle over hebt, zoals inkomen, uiterlijk of waar je bent geboren. Onderzoek laat zien dat deze factoren verrassend weinig invloed hebben op hoe gelukkig we ons voelen — zolang onze basisbehoeften maar vervuld zijn.
Wanneer geldgebrek structurele stress veroorzaakt, heeft dat uiteraard wél een grote impact. Maar zodra je in je basisbehoeften kunt voorzien, levert extra inkomen nauwelijks extra geluk op.
Hetzelfde geldt voor omgevingsfactoren. Leven in een onveilig of corrupt land heeft een duidelijke negatieve invloed. Maar algemene zaken zoals klimaat wennen snel. Verhuis je naar Spanje, dan voelt de zon en het eten in het begin fantastisch. Na verloop van tijd ga je alsnog klagen als het twee dagen achtereen bewolkt is. Je baseline past zich aan.
Genen en leefstijl
Een groot deel van onze geluksbaseline is genetisch bepaald, onder andere via verschillen in neurotransmitters en receptoren. Dat is misschien frustrerend, maar het goede nieuws is: er zijn andere factoren waar je wél invloed op hebt.
Leefstijl speelt hierin een enorme rol. Slaap, voeding, beweging en sociale contacten zijn — naast genetica — de belangrijkste beïnvloedbare factoren van je geluksbaseline. Door hier structureel aan te werken, kun je je dopamine- en serotonineniveau blijvend verbeteren en je algehele welzijn vergroten.
Beweging is hier een prachtig voorbeeld van. Het verbetert je cardiovasculaire gezondheid, versterkt botten en spieren, ondersteunt je immuunsysteem, vermindert stress, verbetert je humeur, concentratie, slaap en zelfvertrouwen. Als beweging in pilvorm te koop was, zou het het meest voorgeschreven medicijn ter wereld zijn. Toch voldoet minder dan de helft van de Nederlanders aan de beweegrichtlijnen.
Voor slaap en voeding geldt hetzelfde: de voordelen zijn enorm, maar chronisch slaaptekort en ongezonde voeding zijn de norm geworden.
Als leefstijlcoach help ik je graag om hier verandering in te brengen. Wil je weten waar voor jou de grootste winst te behalen valt? Vraag dan een gratis kennismaking aan.